⚡ Gebaseerd op echte kwartierdata van uw netbeheerder — niet op schattingen
Eerlijk advies

De grote saldering-denkfout: tel de besparing van 2026 en 2027 niet bij elkaar op

12 juni 2026 7 minuten leestijd BatterijKostenCheck redactie
Rekensom van de besparing van een thuisbatterij rond het einde van de saldering

Een klant stuurde ons onlangs zijn eigen batterijberekening, met een ontwapenende vraag erbij: "ergens zegt iets me dat ik een denkfout maak en het rooskleuriger reken dan het is." Zijn intuïtie klopte — en zijn denkfout is verreweg de meest gemaakte in zelfgemaakte batterijsommen. Hij telde twee besparingen bij elkaar op die nooit tegelijk gelden. Wie deze fout maakt, rekent zijn terugverdientijd zomaar twee tot drie keer te kort. Zo zit het echt.

De som die zo logisch lijkt

De berekening van de klant (2.880 Wp, warmtepomp, ~1.800 kWh teruglevering per jaar) voor een 5 kWh-batterij van €1.200 ging zo:

  • 768 kWh per jaar uit de batterij × €0,25 gemiddelde stroomprijs = €192
  • Lagere terugleverkosten doordat de teruglevering daalt: €150
  • Samen €342 per jaar → terugverdientijd ± 4 jaar. Koopje!

Beide posten bestaan echt. Het probleem: ze bestaan niet in hetzelfde jaar. En de €0,25 klopt ook niet. Correct doorgerekend op zijn eigen jaardata bleef er structureel zo'n €105 per jaar over — een terugverdientijd van 6 tot 13 jaar, afhankelijk van de tarieven na 2027. Geen drama, maar een wezenlijk ander besluit dan "in 4 jaar terugverdiend".

Denkfout 1: de twee besparingen sluiten elkaar uit in de tijd

Zolang de saldering loopt (tot en met 2026) is elke teruggeleverde kWh op uw jaarafrekening al evenveel waard als een ingekochte: ze worden tegen elkaar weggestreept. Stroom opslaan in plaats van terugleveren voegt dan níets toe — sterker, door het rendementsverlies van 8 à 15% bij laden en ontladen is het energie-effect van een batterij in 2026 vaak licht negatief (in deze casus: −€14 per jaar). Het enige dat een batterij dit jaar oplevert, is de lagere terugleverkosten-staffel bij leveranciers die daarvoor rekenen: hier de €150.

Vanaf 2027 draait het beeld om. De saldering vervalt, en dan is zelfverbruik via de batterij ineens wél geld waard: elke opgeslagen kWh vermijdt inkoop. Maar tegelijk verdwijnt de andere besparing: juist omdat saldering stopt, bouwen veel leveranciers hun terugleverkosten af — in het contract van deze klant waren ze vanaf 2027 vrijwel nihil. De €150 valt dus weg op het moment dat de €192 begint.

De kern: de terugleverkosten-besparing hoort bij het salderingstijdperk, de energiebesparing bij het tijdperk erna. Het is óf het één, óf het ander — wie ze optelt, telt twee verschillende werelden bij elkaar op.

Denkfout 2: de €0,25-misvatting

De tweede fout zit in de waarde per opgeslagen kWh. "De stroomprijs is toch ongeveer €0,25?" — maar dat is niet wat een batterij-kWh ú oplevert. De echte waarde is:

uw inkooptarief − de terugleververgoeding die u misloopt

Want de kWh die u opslaat, had u anders teruggeleverd tegen de vergoeding van uw leverancier. Deze klant had een vast contract van ~€0,15 per kWh; bij een terugleververgoeding van pakweg €0,05 levert elke batterij-kWh dus €0,10 op — geen €0,25. Dat alleen al halveert zijn €192 naar zo'n €80 à €110. Wie de gemiddelde marktprijs invult in plaats van zijn eigen tarieven, rekent zichzelf stelselmatig rijk. (Vandaar dat wij in rapporten altijd met uw werkelijke contract rekenen — en het effect van andere tarieven apart laten zien.)

Het goede nieuws dat er ook was

Eerlijkheid werkt twee kanten op. Dezelfde doorrekening op zijn jaardata liet ook zien dat de klant zijn batterij fysiek juist onderschatte: hij rekende op 768 kWh nuttige ontlading per jaar, de simulatie kwam uit op ~1.100 kWh (zo'n 240 volle cycli). Zijn zonnestroom kón dus meer dan hij dacht — er zat alleen minder geld per kWh aan vast dan hij hoopte. Precies daarom is de juiste volgorde: eerst de kilowatturen uit uw eigen data, dan de euro's uit uw eigen contract, en pas daarna een koopbesluit. Meer over wat een batterij in welk jaar oplevert leest u in hoeveel bespaar je met een thuisbatterij.

Zo controleert u uw eigen rekensom

  1. Splits per tijdperk. Maak twee kolommen: "met saldering (t/m 2026)" en "zonder saldering (2027+)". Zet elke besparingspost in precies één kolom — nooit in beide.
  2. Reken met úw tarieven. Waarde per batterij-kWh = uw inkooptarief minus uw terugleververgoeding. Niet de gemiddelde marktprijs.
  3. Trek het rendementsverlies af. Van elke kWh erin komt er ~0,85–0,92 nuttig uit.
  4. Check de terugleverkosten-aanname. Staat in uw contract dat die na 2027 (vrijwel) vervallen? Dan is die besparing tijdelijk — reken haar alleen mee voor de resterende salderingsperiode.
  5. Wees voorzichtig met cycli-schattingen. Niet gokken op "200 dagen vol": uw eigen meetdata vertelt het exact.

Twijfelt u aan uw eigen rekensom?

U bent in goed gezelschap — de klant uit dit artikel voelde zijn denkfout zelf al aankomen. Wij simuleren de batterij op uw eigen meetdata en rekenen met uw eigen contract, gesplitst in mét en zonder saldering. Eerlijk, ook als de uitkomst tegenvalt.

Gratis rapport aanvragen →

Conclusie

De aantrekkelijkste batterijsommen zijn vaak de foutste. De twee klassiekers: besparingen uit het salderings- en het ná-salderingstijdperk bij elkaar optellen, en rekenen met "de stroomprijs" in plaats van met uw eigen inkooptarief minus terugleververgoeding. In de casus uit dit artikel scheelde dat het verschil tussen "terugverdiend in 4 jaar" en "6 tot 13 jaar". Een batterij kan nog steeds een prima keuze zijn — deze klant kocht er bewust één om zijn eigen zonnestroom te benutten, met de juiste verwachtingen. Maar dat besluit verdient de echte som, niet de rooskleurige.

Veelgestelde vragen

Wat is de meest gemaakte rekenfout bij een thuisbatterij?

Het optellen van de terugleverkosten-besparing (die hoort bij het salderingstijdperk t/m 2026) en de energiebesparing door zelfverbruik (die pas vanaf 2027 begint — precies wanneer veel leveranciers de terugleverkosten afbouwen). Die twee gelden nooit tegelijk.

Bespaart een batterij iets zolang er gesaldeerd wordt?

Op energie vrijwel niets — door omzetverliezen vaak zelfs licht negatief. Wat in 2026 wél kan tellen is een lagere terugleverkosten-staffel bij uw leverancier.

Wat is een opgeslagen kWh echt waard?

Uw inkooptarief mínus de terugleververgoeding die u misloopt. Bij €0,15 inkoop en €0,05 vergoeding dus €0,10 per kWh — niet de €0,25 "gemiddelde stroomprijs" uit veel zelfgemaakte sommen.

Hoe groot is het effect op de terugverdientijd?

In ons praktijkvoorbeeld: van "€342 per jaar, terugverdiend in ±4 jaar" naar werkelijk ~€105 per jaar en 6–13 jaar, afhankelijk van de tarieven na 2027.

Meer lezen

Plaats een reactie

Heeft u een vraag of een ervaring om te delen? Laat het hieronder weten. Reacties worden vóór plaatsing kort gecontroleerd.

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd en alleen gebruikt om eventueel te reageren.

Loont een batterij bij u? Check op uw eigen data →